Verkoop je je pand aan je eigen BV, dan moet de BV meteen overdrachtsbelasting betalen. Meestal heeft de BV daar geen geld voor, en schiet je het zelf voor. Bij een pand dat is getaxeerd op € 500.000 gaat het om € 40.000, want in 2026 is het tarief voor verhuurde woningen 8%. Daarnaast is er de vraag wat er gebeurt met een hypotheek die nog op het pand rust, bijvoorbeeld € 100.000 bij ING, ABN AMRO of Rabobank. Normaal eindigt een financiering als je het pand verkoopt. Je kunt met de bank overleggen of die de lening wil meenemen. Dan wordt het een zakelijke financiering van de BV.
De overdrachtsbelasting kan de BV ook zelf lenen bij een bank of financier. De bank stelt het bedrag beschikbaar en het geld gaat naar de notaris, die er de overdrachtsbelasting van betaalt. Dat geld is daarmee weg, naar de Belastingdienst, en het pand staat op naam van de BV.
Waarom wil een bank dat financieren? Een BV die geld leent voor een verhuurd pand wordt anders beoordeeld dan iemand die een huis koopt om er zelf te wonen. De financier kijkt vooral naar de waarde van het pand en naar de huurinkomsten. Zodra het pand in de BV zit, laat je de huurders weten dat ze voortaan aan de BV betalen. De BV ontvangt de huur en betaalt daaruit elke maand rente en aflossing aan de bank.
In dit voorbeeld dient de financiering alleen om de overdrachtsbelasting te betalen. Met financiering in de BV kun je ook doorinvesteren. Dat is het volgende onderwerp.
Toelichting: in de video wordt “10,4%, of 8% volgend jaar” genoemd, met een bedrag van iets meer dan € 50.000. Dat was het tarief bij het opnemen. In 2026 is het tarief voor verhuurde woningen 8%, en bij € 500.000 is dat € 40.000. Voor panden die geen woning zijn, blijft het 10,4%.
Alle onderwerpen stap voor stap, in één online leeromgeving.